|
Sabbatsjaar |
|
Home Diensten WORKSHOPS Improvisatie Verhalen vertellen Agile teambuilding PRESENTATIES Verhalen Voorstellingen Impro & theatersport Arjen Uittenbogaard Informatie Agenda Publicaties Links Contact |
Gedurende mijn sabbatsverlof maakte ik vrijwel elke dag een foto. Op die foto in elk geval het blaadje van de scheurkalender en vaak iets waarmee ik die dag bezig was. Een boek, een voorstelling, muziek, het weer, verkoudheid, noem maar op. Van deze foto's vindt u hier een collage (let op: bijna 700KB groot). 2002 juni | juli | augustus | september | oktober | november | december 2003 januari | februari | maart | april | mei Mei 2003
Een heel leuke opdracht, deze maand in Nijkerk.
De VEV, de Vereniging voor Elektrotechnisch Vakonderwijs, ging dit jaar op in de grotere organisatie Kenteq.
De VEV, met een rijke historie van 86 jaar en met vele duizenden opgeleide monteurs, wilde dit niet geruisloos laten voorbijgaan.
Daarom werd een groot feest georganiseerd.
Mij was gevraagd bij deze gelegenheid een verhaal te schrijven en vertellen - het verhaal van de VEV.
Hiervoor heb ik diverse mensen uit de vereniging geïnterviewd en een jubileumboek doorgenomen.
Uiteindelijk leidde dit tot het sprookje De meester van de bliksem.
Erg leuk om hieraan te werken: selecteren van het materiaal, zoeken naar de juiste beelden, schuiven en slijpen tot het goed is.
De entourage voor het optreden was aangenaam professioneel. Het feest vond plaats in een grote zaal met toneel met catwalk de zaal in. Vooraan ruime pluchen bankjes voor het publiek, achterin lange tafels, opzij een bar. Twee man voor het geluid en twee man achter het licht zorgden ervoor dat ik hoor- en zichtbaar was zodra ik op het toneel klom. Ik hoefde me nergens druk over te maken en kon me helemaal op het vertellen concentreren. Ik was vooraf best gespannen: er werd een groot publiek verwacht (paar honderd gasten) en zou het verhaal aanslaan? Maar vanaf mijn binnenkomst verdween die spanning. Het optreden zelf liep als een zonnetje. Leuke reacties gehad, na afloop.
Wat ook niet onvermeld mag blijven, is het dubbeloptreden dat ik met Marijn Vissers in Amsterdam gaf. Ik speelde mijn voorstelling UitJeHoofd en Marijn vertelde een verhaal over een fietstocht die hij in Vietnam maakte. Bij vlagen hilarisch, maar ook met heel beklemmende momenten. Het is niet helemaal terecht om het een dubbeloptreden te noemen, trouwens. Marijn en ik vormden weliswaar de hoofdmoten van het programma, maar er werkten meer mensen mee. Hossein Djavad Panahandeh uit Iran vertelde een sprookje dat hij zelf had geschreven. Een sprookje over een papegaai die leert wat het kost om vrij te zijn. Erg indrukwekkend om dit te horen uit de mond van een asielzoeker die na 3,5 jaar nog steeds in een asielzoekerscentrum wacht op een status. Steven Noomen en Wouter Snoei improviseerden op respectievelijk viool en piano muziek bij de verhalen van Hossein en Marijn. Zo kregen deze verhalen nog een extra dimensie en kleur. Samma en Senad Alic, waren 'live-schilders'. Gedurende de voorstelling schilderden zij tal van schilderijen, geïnspireerd door wat ze zagen en hoorden. Deze werden na afloop tijdens een gezellige veiling bij opbod verkocht. De plaatjes hiernaast zijn de twee schilderijen die ik kocht. April 2003 Om nou te zeggen dat de opdrachten binnenstromen is wat overdreven. Maar toch. De komende weken staat een aantal leuke optredens op het programma. Een verhaal op maat dat ik schrijf en ga vertellen bij het feest bij de opheffing van een grote vereniging; dagvoorzitter bij de presentatie van een onderzoek naar de maatschappelijke relevantie van de kerk; een workshop theatersport voor vrijwilligers van het Kindervakantiespel; de benefietvoorstelling waarin ik UitJeHoofd weer opvoer; en voor juni staan er ook alvast twee improvisatieoptredens gepland bij verschillende congressen. Dus misschien is het maar goed dat ik niet al per 1 juni weer in loondienst treed...? Want daar ziet het momenteel naar uit. Volgens de oorspronkelijke planning ging met mei de laatste maand van mijn sabbatsverlof in. Aangezien ik momenteel nog niet van het vertellen, improviseren en workshops geven kan leven, en aangezien het goed is om een zekere regelmaat te hebben en 'onder de mensen te komen', heb ik besloten om vanaf 1 juni weer bij een baas in dienst te gaan. Liefst voor drie dagen per week, want ik ga zeker ook door met mijn activiteiten onder de vlag van UitJe. Ik had me helemaal voorgenomen om weer terug te gaan naar mijn oude baas. Daar wilden ze me vast wel terug hebben. Naief? Te optimistisch? Wereldvreemd? Hoe dan ook: op 1 juni daar weer in dienst treden zit er niet in. Dan begint net de zomer, en daarmee de vaste terugloop in klandizie. En aangezien in deze economisch barre tijden de broekriem toch al aangehaald moet worden, is mij aangeboden om niet per 1 juni, maar per 1 augustus weer te beginnen. Even heb ik me afgevraagd of ik dit vervelend vond. Niet eens zozeer om financiële redenen. Nee, vooral omdat zo de tijdspanne van een jaar die ik mezelf heb gegund, werd opengebroken. Het idee van een gespannen boog waarvan een van de uiteinden van de pees wordt losgemaakt. De kracht van de beperking die zo wordt teniet gedaan. Ondertussen ben ik zo ver dat ik deze twee maanden erbij eigenlijk wel waardeer. Het geeft me de rust om de hoeveelheid werk die ik hierboven opsomde goed te doen. En het geeft me ruimte om me iets breder te oriënteren op de arbeidsmarkt. Waar is behoefte aan creativiteit? Maart 2003 De afgelopen weken had ik wat last van het het-is-bijna-voorbij-syndroom. Ik heb de gave om bijvoorbeeld tijdens vakanties af te tellen over hoeveel dagen of weken het weer voorbij is. Het gaat wat ver om te zeggen dat me dat vervolgens in een depressie of een algehele staat van lethargie onderdompelt. Maar ik kan er een tijdje somber van worden. Dus niet: genieten van de vakantie en alle mogelijkheden die er nu zijn. Maar: balen dat dit allemaal van tijdelijke aard is en dat het einde alweer in zicht is. In een vakantie kan dat al beginnen een paar weken voor het einde ervan. Maar nu ik een jaar heb vrijgenomen, slaat het dus al twee maanden voor de finish toe. Zonde, want er is nog steeds genoeg leuks te doen. Zo hadden we onlangs de try-out van de vertelvoorstelling 'Een nieuw begin' (zie de agenda). Het programma bestond uit verhalen van diverse vertellers, afgewisseld met orgelmuziek die ik speelde. Aangezien het orgel hoog achterin de kerk stond, en aangezien ik aansluitend op mijn verhaal een bijpassend orgelstuk wilde spelen, gaf dat een zekere uitdaging. Ik kon niet voorin de kerk het verhaal vertellen, en dan naar achter lopen, trap op, omhoog en uiteindelijk achter het orgel dat stuk spelen. Veel te lange onderbreking. Het leek me wel een poging waard om al tijdens mijn verhaal omhoog te klimmen. Echter, de trap naar het orgel zat in de kerktoren en was dus aan het zicht (en gehoor) van het publiek onttrokken. Zo ontstond het idee om in de kerk zelf een ladder tegen de ballustrade van het orgel aan te zetten en tijdens het verhaal hier op te klimmen. Overdag repeteerden we in de kerk en kon ik het idee uittesten. Uiteindelijk heb ik inderdaad mijn verhaal verteld, terwijl ik langzaam aan steeds hoger klom richting het orgel. Eigenlijk zou ik dat verhaal op die plek nog wel een aantal keren willen vertellen om uit te vinden de beperkingen en mogelijkheden van de ladder het verhaal ten dienste kunnen staan. Onlangs ook de foto's ontvangen die zijn gemaakt tijdens mijn vertelvoorstelling. De paar mooiste heb ik op de pagina over UitJeHoofd erbij gezet. Februari 2003 Ik gloei nog een beetje na. Op 27 februari, heb ik UitJeHoofd uitgevoerd, mijn solovoorstelling. Eindelijk voor publiek. Eindelijk in de spotlights. De zaal zat vol met vrienden, bekenden en familieleden die uit het hele land gekomen waren om mij te zien optreden. Zo'n veertig mensen die na afloop allemaal enthousiast (en lang!) applaudiseerden en mij complimenteerden. Repeteren is leuk, maar dít is toch waarom je het doet. Vooraf was ik best nerveus. Voor een deel had dat met de organisatie te maken: zou iedereen wel komen; komen ze wel op tijd; is er genoeg koffie. Die spanning werd al een stuk minder doordat ik het 'gastheerschap' met een gerust hart kon uitbesteden aan twee medetheatersporters van Effe Belle. En nadat ik 'mijn geluidsman', een derde Effe Beller, had bijgepraat en hij de spots picobello had gericht, werd de control freak in mij wat rustiger. Toen hoefde ik me alleen nog maar zenuwachtig te maken over de voorstelling zelf. Grappig om te horen hoe diverse onderdelen van het programma bij veel mensen gelijksoortige reacties opriepen: "Ik bleef steeds benieuwd hoe het met die schorpioen verder ging;" "Ik vond die muziek niet mooi, maar het gaf wel een aparte sfeer;" "Toen je met die stropdassen begon, vroeg ik me wel af hoe lang dat door zou gaan;" "Grappig, dat snelle stuk over taebo en zo." Andere reacties waren technischer van aard; over het knipperen met mijn ogen, over mijn houding, en over de inhoud van het stuk: "Ik vraag me nog steeds heel erg af: waar gáát het nou eigenlijk over, wat is het thema?"; en: "Heeft het nou een happy end of niet?" Als een stuk dit soort vragen oproept, is het in elk geval meer dan een simpel, plat verhaaltje. Ik ben benieuwd naar de video-opname die mijn broer heeft gemaakt, en naar de foto's van de fotograaf van de Apeldoornse Courant (binnenkort hopelijk hier op de site...) Begin februari heb ik een ochtend aan de voorstelling gewerkt met Hans Lemmerman, destijds mijn docent regie/dramaturgie aan de Nijmeegse Amateurtoneelschool. Toen ik met hem aan de slag ging, stond de voorstelling al voor een groot deel in de steigers. Het grote hakken en herbouwen had in januari al plaatsgevonden dankzij een nuttige repetitiemiddag en -ochtend met respectievelijk Frans de Vette en Maartje van Amersfoort. Met Hans heb ik een ochtend besteed aan vormgeving. Dit leverde weer goede nieuwe ideeën op. Zijn waardering en enthousiasme gaven mijn vertrouwen in UitJeHoofd een enorme boost. In eerste instantie dacht ik over UitJeHoofd als iets eenmaligs. Gezien de reacties overweeg ik nu om de voorstelling nog een keer (of misschien wel meer keren) uit te voeren. Er ruchtbaarheid aan te geven en te kijken of er publiek voor is. De komende tijd maar eens op zoek naar mogelijke podia of gelegenheden. Ondertussen vordert mijn sabbatsjaar veel te snel. Op driekwart nu. Ik heb me voorgenomen om de komende weken zoetjes aan ook maar eens na te gaan denken over: en wat hierna? Gelukkig blijf ik bezig met vertellen en workshops geven. Onlangs heb ik weer diverse offertes de deur uit gedaan, en als alles meezit kan ik in maart over een aantal leuke opdrachten schrijven. Januari 2003 Het gaat goed met UitJe. Ik heb het de afgelopen weken behoorlijk druk gehad. Twee weken terug is er bij Markant een nieuwe serie theatersportlessen voor beginners gestart. De eerste les was een proefles. Nadat de lessen in september niet waren doorgegaan en er voor deze proefles maar enkele aanmeldingen waren, had ik er enigszins een hard hoofd in of de serie nu wel door zou gaan. En toen waren er die avond opeens elf zeer enthousiaste cursisten. Die bovendien allemaal besloten door te gaan met de lessen! De week erna meldde zich zelfs nog nummer twaalf en zo hebben we nu een leuke groep van zes mannen en zes vrouwen van begin 20 tot midden 40 (schat ik...). Ik verheug me erop hen de komende maanden les te mogen geven! Natuurlijk gaat het vertellen gewoon door. Onlangs heb ik een verhalenprogramma verzorgd voor een groep slechtziende en blinde revalidanten. Spannend, zowel vanwege de lengte (vijf verhalen, anderhalf uur) als vanwege het publiek. Ik vertel over het algemeen met mijn gehele lichaam, maar bij deze mensen moest mijn stem het toch voor het grootste deel op eigen kracht doen. Het deed me goed dat de verhalen zo positief ontvangen werden. In de groep zaten diverse mensen die in hun omgeving mogelijkheden zagen voor een verhalenverteller. Dus wie weet rolt dit balletje weer een stukje verder. Dit soort mond tot mond reclame is per slot van rekening de beste reclame die je je kunt wensen. Overdag ben ik de laatste tijd intensief bezig met mijn vertelvoorstelling UitJeHoofd. Nadat ik maandenlang brokken ruw materiaal heb verzameld, ben ik in december en januari bezig gegaan met de inhoud, volgorde en vormgeving van de voorstelling. Heerlijk om met zo'n creatief proces bezig te zijn: het selecteren van de brokken, het eraan schaven, puzzelen in welke volgorde ze te zetten, brokken weggooien en toch weer uit de prullenbak opvissen. Uiteindelijk merkte ik dat ik met een aantal lastige vragen bleef zitten. De lastigste, die zo nu en dan de kop op steekt, is: kan ik het mensen aandoen hiernaar te moeten kijken? Is dit de moeite waard? Gelukkig ken ik mezelf een beetje en weet ik dat die vraag weliswaar relevant is, maar dat ik me er ook weer niet al te zeer door hoef te laten ontstemmen. Per slot van rekening heb ik vertrouwen in de meeste onderdelen van het programma. Bovendien: het publiek zal me echt niet lynchen als niet alles perfect en professioneel in elkaar steekt. Vanzelfsprekend doe ik wel mijn best om een zo mooi mogelijke voorstelling te maken. Voor de wat technischer vragen, vragen meer op de regie van het geheel gericht, besloot ik een aantal mij bekende regisseurs aan te schrijven met de vraag of ze mij wilden helpen. Met twee van hen ben ik nu aan de slag geweest, en ik merk dat hun reacties, vragen en suggesties me weer een stuk verder helpen. Niet dat het hiermee makkelijk wordt. Kill your darlings is momenteel het belangrijkste motto: stukken die ik erg fraai vond, of vondsten waar ik zo trots op was, moeten sneuvelen omdat ze misschien wel grappig of gevat waren, maar niet wezenlijk bijdragen aan het geheel van de voorstelling, of er zelfs afbreuk aan doen. 'Minder is meer' is ook zo'n mooie uitspraak, die pijn kan doen als je 'm rigoreus durft toe te passen. Tegelijkertijd ben ik nog op zoek naar een datum en zaal voor de uitvoering. December 2002
Van harte! November 2002
Verteloptredens bij de opening van een workshop, tijdens een familieweekend en bij de opening van een tentoonstelling. Totaal verschillende doelgroepen: vergadertijgers, kinderen van drie tot tien en hun ouders en grootouders en, bij de tentoonstelling, een handjevol belangstellenden. Prachtig hoe een publiek zich gewonnen geeft. Soms, zoals bij de vergadertijgers, haast onwillig. Armen over elkaar, ogen neergeslagen, alvast door de stukken bladerend, en dan toch: een hoofd dat wordt opgetild, een glimlach die verschijnt. Soms ook, zoals bij de kinderen, zonder terughoudendheid, helemaal meelevend met het verhaal. Zoals dat meisje toen ik vertelde dat er een draak uit de grot kwam: "Maar je was niet bang, hè?" Ook behoorlijk wat impro, deze maand. Achtereenvolgens bezocht ik een impro-trainerstraining en een impro-workshop en kort daarop speelde ik mee in een theatersportwedstrijd. De impro-workshop vond plaats in het kader van het internationale improfestival. Hij werd verzorgd door het professionele gezelschap Slap Happy uit Toronto. Wat me het meest zal bijblijven is de nadruk die steeds weer werd gelegd op ademhalen. Wees je bewust van je ademhaling! Voor je een scène instapt: adem! Voor je met je monoloog begint: adem een keer uit en in! Dit geeft jezelf rust, maar ook je medespelers en het publiek, en uiteindelijk komt dit de scène ten goede. Natuurlijk ken ik het belang van goed ademhalen. Bij zangles werd erop gehamerd, bij yoga, orgelles (jawel!), toneelles, presentatietrainingen, zwemmen en aikido. Adem bewust uit - de inademing komt vanzelf. Je hoeft geen adem te hálen, de adem komt vanzelf. Goed om er weer eens bij stil te staan. Voor binnenkort staan Karel ende Elegast, Mariken van Nieumeghen en Elckerlijc op het programma. Oktober 2002 Muziek is een van mijn grote hobbies. Luisteren naar muziek en het maken van muziek. Ik speel al sinds mijn jeugd kerkorgel, volgde midden jaren negentig een opleiding kerkmuziek (voor de kenners: ik ben derdegraads bevoegd) en begeleid regelmatig kerkdiensten. Waar ik op toneel geen moeite heb te improviseren of uit mijn hoofd verhalen te vertellen, is het grappig dat ik dat op het orgel niet kan. Als ik orgel speel, speel ik 'van blad'. De afgelopen maanden ben ik voor het eerst wat gestructureerder bezig om muziekstukken uit het hoofd te leren. Het kost me een hoop moeite, maar het is boeiend om te ontdekken dat die manier van spelen mij het gevoel geeft vrijer te zijn. Alsof mijn vingers het spelen zelfstandig overnemen en ik mijn hoofd vrij heb om te luisteren. Naast muziek en nieuwe verhalen leer ik ook geregeld een gedicht uit het hoofd. Ik heb het altijd erg imposant gevonden als mensen gedichten zo uit het hoofd kunnen voordragen. Nu ik er zelf mee bezig ben, merk ik dat het instuderen eigenlijk niet eens zo lastig is - ik leg het gedicht op allerlei plaatsen in het huis, zodat ik er bijvoorbeeld op de wc en tijdens de afwas aan kan werken. Ook merk ik dat door het instuderen er nieuwe betekenissen of inzichten opdagen die bij eerste lezing hoogstens onbewust tot me doordrongen. Op dit moment ben ik bezig met een gedicht van Wislawa Szymborska (uit: Uitzicht met zandkorrel). Twee gedichten van Joke van Leeuwen (beide uit: Vier manieren om op iemand te wachten) gingen hieraan vooraf. In juli schreef ik hier voor het laatst over het 'iets' dat ik me voorgenomen heb te gaan maken gedurende mijn sabbatsjaar. De ontwikkeling daarvan verloopt schoksgewijs. Afgelopen week heb ik weer een stap vooruit gezet. Het wordt een voorstelling met als titel UitJeHoofd. De afgelopen maanden heb ik tal van brokstukken verzameld die ik op de een of andere manier de moeite waard vond: verhalen, muziek, gedichten, documentaire elementen. Deze week heb ik een kader of raamwerk bedacht waarbinnen deze stukken zouden kunnen gaan passen. Ik realiseer me dat dit nog maar een heel klein tipje van de sluier is. Maar omdat ik ook heb besloten dat ik de voorstelling in januari 2003 ga vertonen, blijft die sluier niet zo heel lang meer de voorstelling bedekken. Waar, wanneer en voor wie - daarover moet ik nog knopen door hakken. Evenmin weet ik al of het een eenmalige vertonig wordt, of dat er wellicht een herhaling komt. Geïnteresseerden raad ik aan deze site in de gaten te houden. Zodra ik bovenstaande vragen heb beantwoord, kondig ik het hier aan. September 2002 Het is temeer jammer dat de lessen niet doorgaan, omdat ik ben begonnen met het volgen van een theatersporttrainerstraining. Verspreid over vijf dagen krijgen we les in didactiek, lesopbouw, coaching, spelvormen specifiek voor theatersport. Een van de docenten is André Besseling. Een bekende naam voor theatersportend Nederland, omdat hij het boek 'Theater vanuit het niets' schreef, een boek dat ondertussen wel een standaardwerk genoemd mag worden. De eerste twee lesdagen zitten erop en zowel de lessen als het contact met de andere cursisten, allemaal trainers met ervaring, zijn erg waardevol. De training is een initiatief van het nieuwe Improcentrum in Amsterdam, waar ik hier graag even reclame voor maak. Doel van dit centrum is "een bruisende broedplaats [te zijn] van talent en ideeën op het gebied van improvisatietheater". Om de week worden er op vrijdag, zaterdag en zondag voorstellingen gegeven. De voorstelling die ik op een van de openingsavonden zag, was fantastisch mooi. Voor de pauze speelde TVA een lange, associatieve improvisatie (voor de kenners: 'Morphing Stories') en na de pauze speelde improcabaret Op Sterk Water. Ik kan iedereen aanraden eens een voorstelling te gaan zien. Er is keuze uit onder andere: clownerie, kindervoorstellingen, musicals, cabaret en natuurlijk diverse varianten van theatersport. Helaas moesten, wegens persoonlijke omstandigheden van een van de sprekers, de twee workshops voor het Project Management Instituut worden uitgesteld. Ze zouden in oktober plaatsvinden; het wordt nu december (zie mijn agenda). Gelukkig is uitstel geen afstel en is er nu des te meer tijd om nog wat aan promotie voor de avonden te doen. Het vertellen van verhalen gaat onverminderd door. Onlangs vertelde ik een verhaal over Franciscus tijdens een viering aan het eind van een meditatieve wandeltocht voor jongeren. Binnenkort ga ik het verhaal van Lazarus dat ik in juni in de buitenlucht vertelde nogmaals vertellen. Ook werk ik aan een verhaal over de duivel (Duvel). Dit ga ik vertellen bij de opening van een tentoonstelling over Bijbels Bier. Andere verhalen die hier ten gehore zullen worden gebracht gaan over onder andere Het Elfde Gebod, De Verboden Vrucht, Christoffel en Judas. Tenslotte ben ik uitgenodigd een verhaal te vertellen bij de opening van een 'achterbanbijeenkomst' van een regionaal patiëntenplatform. Men gaat praten over de zorgverlening, zorgketens (huisarts, specialist, apotheek) en nazorg. Erg leuk om te werken aan een verhaal dat aansluit bij het thema. Tenslotte het verhaal van de visitekaartjes. Tot op heden druk ik mijn kaartjes zelf af op mijn printer. Hoewel ik tevreden was over het ontwerp, was er steeds het onbestemde gevoel dat er iets miste. En deze maand is dat gevoel bestemd geworden: op de achterkant van het kaartje komt een verhaal! De tekst heb ik ook opgenomen onderaan de thuispagina van deze site: zie hier. Nu klopt het kaartje en ga ik een drukker zoeken om ze voor me te maken. Augustus 2002 Hoe kom je aan werk? Door je verhaal te blijven vertellen. Dat doe ik in september op een thema-avond over moderne systeemontwikkeling bij CIBIT en in oktober tijdens twee workshops voor het Project Management Instituut (zie mijn agenda). Bij beide gelegenheden bestaat het publiek uit managers van diverse bedrijven in de IT-sector. Allicht zit er iemand in het gehoor wie mijn verhaal aanspreekt, of die iemand kent die... Ik heb ook geprobeerd of ik op het DSDM-congres in november een workshop kon organiseren, maar het programma daarvan was al helemaal af. Jammer, want daar komen honderden mensen. Ik moet nu de kosten-batenafweging maken of ik me er niet toch maar voor moet aanmelden. Verder heb ik de afgelopen weken een aantal artikelen geschreven met het oog ze in vakbladen gepubliceerd te krijgen. In oktober verschijnt een column van mijn hand in Informatie (tegen die tijd zet ik 'm ook hier op de site). Een wat langer artikel over improvisatie in software-projecten komt in Software Release Magazine. Althans, als er ruimte is; dat kon de hoofdredacteur nog niet zeggen... En een derde artikel voor de Automatiseringsgids is nog in een beginstadium. Daarover spreek ik de redacteur pas tweede week september. Hoe kom je aan werk? Door te zorgen dat mensen jou kunnen vinden. Mijn website heb ik aangemeld bij diverse zoekmachines. Het kostte enig aandringen, maar een aantal grote kent mij nu. Ook bij de site van de Stichting Vertellen sta ik nu geregistreerd. Daar moet ik nog een verhaaltje over mijzelf en mijn vertelactiviteiten heensturen zodat mensen die een verteller zoeken, langs die weg ook bij mij kunnen uitkomen. Ik heb toch maar een mobiele telefoon gekocht, zodat ik ook bereikbaar ben als ik niet thuis ben of als mijn vaste telefoonlijn bezet is. Mijn visitekaartjes zijn nog niet helemaal af, maar het ontwerp is rond. Hoe kom je aan werk? Door het gewoon te doen. Zo ben ik weer een verhaal aan het voorbereiden. Nu eens geen verhaal bij een thema dat de klant aandroeg, maar een verhaal dat ik zelf wil vertellen. Ik heb nog geen datum geprikt waarop ik het ga vertellen, ik weet nog niet aan wie ik het ga vertellen - maar dat komt wel. Hoe kom je aan werk? Door je er niet al te zeer op stuk te staren. Had ik al verteld dat ik naar Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain ben geweest? Prachtige film! Of dat ik weer twee keer per week zwem? 's Ochtends om zeven uur in het water: heerlijk! Of dat ik me heb aangemeld voor een cursus Aikido? Ik ben benieuwd! Oh, en mijn slaapkamer heeft eindelijk een nieuwe vloerbedekking en behang. Nu de gordijnen nog. Juli 2002 Deze maand voelde als een vakantiemaand. Hoewel. Zakelijk is er best het nodige gebeurd. Ik ga de theatersportlessen aan de beginnersgroep bij Markant geven. In september geef ik voor CIBIT een presentatie over agile teambuilding. De PMI-avonden over timeboxing waarover ik in juni schreef beginnen vorm te krijgen. Ik praat met de Automatiseringsgids over een door mij te schrijven artikel. Andere vakbladen benader ik over plaatsing van het artikel over agile teambuilding dat ik in juni schreef. Ik ben bezig een plaats op het programma van het DSDM-congres krijgen. En tenslotte heb ik de afgelopen week deze site herzien. Al met al aardig wat beweging met zeker heel prettige vooruitzichten. Maar toch, het voelde de afgelopen weken vooral als vakantie. Vooral dat weekje in de Morvan in Frankrijk. Daar heb ik een leerzame improvisatieworkshop gevolgd bij John Visser, onder andere bekend van theatergroep Piranha, en Katrina Brown, een bewegingsperformer. De week stond in het teken van associëren. In plaats van rationele en logische scènes te maken, zijn we uitgebreid bezig geweest met het maken van associatieve verhalen. Droomverhalen. Ze springen misschien van de hak op de tak, maar de associaties geven ze een enorme kracht. Sinds die week let ik weer wat beter op wat ik droom. Ik heb me voor dit sabbatsjaar drie dingen voorgenomen: workshops geven, optreden en 'iets maken'. De eerste twee dingen komen al behoorlijk uit de verf, het derde minder. Ik ga 'iets maken', maar wat weet ik nog niet. Misschien wordt het een fysiek ding (bijvoorbeeld een decor), misschien een verhaal of een optreden, misschien een combinatie. Het kan nog alle kanten op. In mijn achterhoofd zweven wel wat flarden van ideeën, maar veel meer dan dat is het nog niet. Deze week kreeg ik opeens een idee dat me erg aansprak: laat ik nu alvast een datum prikken waarop ik mijn 'iets' ga presenteren. Hoe, waar en aan wie weet ik nog niet, maar als ik die datum maar vast in mijn agenda zet, volgt de rest vanzelf wel. Het idee ergens naartoe te werken bevalt mij over het algemeen goed. Kortom: die datum ga ik snel prikken. Geïnteresseerden doen er dus goed aan de aankondigingen op de hoofdpagina van deze site in de gaten te houden... Juni 2002 De eerste maand van mijn sabbatsverlof zit er bijna op. Een maand waarin ik van alles te regelen had. Van internetadres tot inschrijving van UitJe bij de Kamer van Koophandel; van verzekeringen tot belastingzaken. Een hoop gedoe, maar leuk om te zien dat UitJe langzaam maar zeker vastere vorm begint aan te nemen. Ook ben ik met PR en Marketing bezig: een artikel geschreven dat ik graag in de Automatiseringsgids wil publiceren; contacten gelegd met trainingsinstituten in Apeldoorn; en binnenkort praat ik met mensen van de DSDM-werkgroep van het Project Management Instituut over het geven van een workshop voor leden. Wat nog niet vlot is het vinden van werkruimte. Een optie leek even een boerderij in Apeldoorn-Noord te zijn. Deze staat verlaten aan de rand van de stad op een plaats waar een nieuwe wijk gaat verrijzen. Andere boerderijen in de buurt worden door de gemeente goedkoop verhuurd totdat ze gesloopt worden. Helaas bleek de lege boerderij nou net niet van de gemeente te zijn. Andere panden die de gemeente gaat slopen maar tot die tijd verhuurt, zijn weliswaar relatief goedkoop, maar voor mij toch iets te prijzig. Nog even verder zoeken, dus. Juni was een goede vertelmaand. Bij diverse gelegenheden heb ik verhalen verteld:
|
| copyright © 2002-2008 Arjen Uittenbogaard - bijgewerkt op 4 januari 2008 |